Ik bleef staan,
en keek je aan.
‘Kom nou’
zei je me.
‘Alsjeblieft
kom gauw!’
We moesten ver reizen,
we hadden niet nagedacht.
‘We komen er wel’
zei je me de hele tijd.
‘Echt, geloof me nou!’
hoorde ik je zeggen.
Ik liep maar door,
zonder een geluid,
ik wist wat je deed,
je verdwaalde.
Maar wij waren samen,
samen in de wildernis.
We voelden ons niet verdwaald,
maar juist thuis.
Niks kon ons breken,
want we hadden elkaar.
xx
June 7, 2007 at 4:11 pm
Het lijkt wel of je terug in de tijd gaat.
eerst 015, dan 014 en dan 013.
Wie weet, morgen een gedicht over het bereiken van de bosrand?